Sleep dit logo naar uw favorieten om het toe te voegen aan uw favoriete websites
Telefonisch bereikbaar van 8.30 tot 17.00 uur

Vastgoed wat gebruikt wordt voor de eigen ondernemingsactiviteiten (dus niet bedoeld: beleggingsvastgoed) mag volgens jaarrekeningrecht tegen actuele waarde worden gewaardeerd in de jaarrekening. Er vindt dan een herwaardering plaats ten opzichte van de boekwaarde op grond van historische kostprijs minus afschrijving.

Als actuele waarde begrip in deze situatie van eigen gebruik kwam enkel in aanmerking het begrip vervangingswaarde. De boekwaarde tegen actuele waarde werd dan bepaald door in te schatten voor welke verkrijgings- of vervaardigingsprijs het object per datum van de herwaardering zou kunnen worden vervangen door een ander soortgelijk object, welke in economisch opzicht een zelfde betekenis had.

Door een wetswijziging van het Besluit Actuele Waarde is deze methodiek niet meer mogelijk vanaf boekjaren die aanvangen of op na 1-1-2016. Weliswaar mag actuele waarde dan nog steeds een grondslag zijn, maar komt vanaf dan niet meer de vervangingswaarde maar de actuele kostprijs slechts nog in aanmerking.

Bij de actuele kostprijs wordt in tegenstelling tot de vervangingswaarde niet gekeken naar de prijs of waarde van een vervangend actief, maar naar het actuele prijsniveau van het huidige object, indien dit per heden zou worden verworven in dezelfde staat en met dezelfde ouderdom als destijds bij de verwerving (indien het actief destijds is verworven) of als het object per heden opnieuw zou worden vervaardigd (indien het actief destijds zelf is vervaardigd). Vervolgens worden de cumulatieve afschrijvingen op de datum van de herwaardering evenredig aangepast aan de wijziging van de actuele inkoopprijs of vervaardigingsprijs van het actief.

Voor situaties waarbij een rechtspersoon, vanwege de wetswijziging, kiest voor een stelselwijziging naar waardering tegen historische kostprijs is een overgangsbepaling toegevoegd. In dat geval is het toegestaan dat verondersteld wordt dat de boekwaarde aan het eind van het voorgaande boekjaar de historische kostprijs is aan het begin van het boekjaar waarin de stelselwijziging wordt verwerkt. Daarmee heeft de stelselwijziging geen gevolgen voor het eigen vermogen.

Zeer waarschijnlijk leidt een waardering tegen actuele kostprijs tot een andere waardering in de jaarrekening dan een waardering tegen vervangingswaarde. Ook zullen taxatierapporten die gebaseerd zijn op marktwaarde niet meer kwalificeren als een deugdelijke basis voor waardebepaling voor de jaarrekening. Het is daarom van belang om in de voorbereiding op het opstellen van de jaarrekening 2016 een herberekening uit te voeren. Veelal zullen daarvoor ook nieuwe calculaties nodig zijn, die rekening houden met deze gewijzigde grondslag.

Voor situaties waarbij een rechtspersoon, vanwege de wetswijziging, kiest voor een stelselwijziging naar waardering tegen historische kostprijs is een overgangsbepaling toegevoegd. In dat geval is het toegestaan dat verondersteld wordt dat de boekwaarde aan het eind van het voorgaande boekjaar de historische kostprijs is aan het begin van het boekjaar waarin de stelselwijziging wordt verwerkt. Daarmee heeft de stelselwijziging dan geen gevolgen voor het eigen vermogen.

Overigens geldt ook in de nieuwe situatie nog steeds dat een duurzame waardevermindering in de jaarrekening moet worden verwerkt, als sprake is van een lagere realiseerbare waarde ten opzichte van de boekwaarde.

Mocht u nog vragen hebben over waardering van vastgoed in de jaarrekening of de mogelijke gevolgen van deze wetswijziging in uw situatie, dan kunt u contact opnemen met Koëter Vastgoed Adviseurs of met Christian van der Heijden (link: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.) van Joanknecht & Van Zelst.