Sleep dit logo naar uw favorieten om het toe te voegen aan uw favoriete websites
Telefonisch bereikbaar van 8.30 tot 17.00 uur

In het vorige artikel heb ik aandacht besteed aan de verplichting voor bedrijven om alle energiebesparende maatregelen te nemen die binnen 5 jaar kunnen worden terugverdiend op grond van artikel 2.15 van het Activiteitenbesluit milieubeheer.
Nederland voldoet nog lang niet aan de gestelde normen en zou die termijn van 5 jaar niet een mooi instrument zijn voor de overheid om een en ander bij te gaan stellen? In 2050 moeten we van het gas af zijn. Moeten we daarom maar meteen “all-electric” gaan?

Natuurlijk moeten we nu maatregelen gaan nemen om het opwarmen van de aarde op zijn minst wat te vertragen. En natuurlijk kosten die maatregelen geld. Investeren in de toekomst dus. Een mooie zaak, maar dan moeten we wel álle feiten goed voor ogen hebben. Ook vanuit de exploitatie-technische kant.

Als we woningen, kantoren of bedrijfsruimten bouwen, moeten we in Nederland voldoen aan de eisen uit het bouwbesluit. De maat voor energiezuinigheid heet Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC). Voor een woning geldt een minimale EPC-eis van 0,4, voor utiliteitsgebouwen hangt dit af van de gebruiksfunctie. Een kantoor moet minimaal voldoen aan een EPC van 0,8. De bepaling van de EPC ligt vast in de norm NEN 7120 Energieprestatie van gebouwen (EPG).

Bouwkundig zijn effectieve maatregelen best beperkt en we zullen in de toekomst steeds meer gebruik moeten gaan maken van energiebesparende installaties om onze doelstellingen te halen. En daar zit hem nou net de kneep. Aan een gevel of dakisolatie hoef je gedurende de gebruiksperiode van een gebouw weinig meer te doen. Dubbel glas zouden we kunnen vervangen door drie dubbel glas, maar dan houdt het zo’n beetje op. De winst is te behalen in duurzame verlichting zoals LED, het plaatsen van zonnepanelen op het dak, het toepassen van een WKK of het opslaan van warmte/koude in de grond.

Maar wat is er bekend over de exploitatiekosten daarvan? Als je daar geen rekening mee houdt, en er dus niet voor reserveert, komen deze onverwachte kosten vaak wel heel erg ongelegen. Het is een bekende discussie in makelaarsland of de huur omhoog mag als je een duurzamer pand hebt. Omdat de energiekosten omlaag gaan is er meer ruimte voor een huurstijging, toch?

Maar ook de gebruiker krijgt te maken met extra kosten. Recent werd een huurder verrast door de vraag van de verzekeraar of de zonnepanelen wel jaarlijks werden gekeurd. En ja, dat was van invloed op de premie. Een andere gebruiker van een duurzaam pand krijgt te horen dat de installaties inderdaad heel duurzaam waren, maar de onderhoudskosten ten laste van de huurder waren wel 6 keer zo duur als normaal. En wist u dat bij toepassing van LED-verlichting er blindstroom kan ontstaan waardoor het rendement slechter wordt of dat er zelfs schade kan ontstaan aan uw ICT-netwerk?

Toch is het niet allemaal kommer en kwel. Als je maar weet wat je doet. In Nederland maken we de eerste voorzichtige stapjes naar een echt duurzame wereld. Maar zoals bij alles wat nieuw is, worden inschattingsfouten gemaakt en moeten lessen worden geleerd. Een steeds groter aandeel van onze tijd gaat zitten in het oplossen van problemen die door te ambitieuze partijen zijn veroorzaakt. Het is verstandig een onderhoudsdeskundige te laten meekijken bij uw bouwplannen. Dat was al vanwege het voorkomen van hoge onderhoudskosten of bouwgebreken op bouwkundig gebied, nu steeds meer op het gebied van duurzame installaties.

Indien u gaat bouwen of renoveren, laat u dan niet alleen voorlichten over de energiebesparende voordelen, maar ook over de exploitatiekosten voor eigenaar én huurder. In onze Vastgoed Taxatiewijzer en de kenniswebsite MyREV besteden wij hier volop aandacht aan.

Wilt u meer weten over dit onderwerp en hoe wij u daarbij kunnen helpen? Neem dan contact met ons op via telefoonnummer 040 2800024 of stuur een mailtje naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..